Print deze pagina Print deze pagina

De eerste symptomen worden meestal vastgesteld door de ouders rond de leeftijd van drie, vier jaar. Ze merken op dat hun kleuter extreem beweeglijk is en zich moeilijk kan verdiepen in een spel. Daarnaast signaleren ze vaak tekorten in de ontwikkeling, tegendraads gedrag en veelvuldige conflicten met andere kinderen.

Ondanks deze vroege signalering wordt op kleuterleeftijd zelden een diagnose gesteld. Het leerproces op vlak van concentratie en zelfbeheersing is nog volop aan de gang en het al dan niet blijvend karakter van de ADHD-kenmerken kan nog niet met zekerheid bepaald worden. Toch is – zeker in geval van ‘moeilijk gedrag’ – deskundige begeleiding aangewezen.

In de lagere school (6-12 jaar) vallen kinderen met ADHD op door hun motorische onrust, grote afleidbaarheid, impulsief en vaak storend gedrag. Ook de bijkomende stoornissen (gedragsstoornissen, specifieke leerstoornissen) en de secundaire gevolgen van ADHD (laag zelfbeeld, overzitten, sociale uitsluiting, verstoorde gezinsrelaties) worden duidelijker zichtbaar.

In de adolescentiefase (13-17 jaar) zien we vaak een mildering van de motorische onrust. De aandachtsproblemen blijven en de plannings- en organisatieproblemen treden duidelijker op de voorgrond. De gedragsproblemen kunnen verscherpen onder invloed van de puberteit. Het risico op schooluitval en identificatie met andere probleemjongeren is nu zeer reëel. De poort naar delinquent gedrag, alcohol- en middelenmisbruik staat wagenwijd open.

Bij jongvolwassenen en volwassenen (+ 18 jaar) zet de mildering van de symptomen zich verder door. Het zwakke aandachts- en organisatievermogen blijft vaak voor problemen zorgen en kan leiden tot onderpresteren op het werk. Gedrags- en psychische problemen kunnen de relatievorming en de sociale integratie aanzienlijk bemoeilijken.